 De tweet is van Martin Haring, docent van de Hogeschool van Amsterdam. Haring hielp mee aan de opbouw van een van de vier opleidingen in Almere, information engineering. De tweet roept vragen op. Vreest Haring het ergste voor Windesheim? “Ik zie met pijn in het hart dat Windesheim het nu probeert. En ik hoop van harte dat ze het gaat lukken, hoor, maar ik vrees dat ze het niet redden,” zegt hij. De docent bedrijfskunde die in 2005 terugkeerde naar de HvA in Amsterdam, weet het nog goed: de HvA had tien jaar geleden dezelfde ambities als Windesheim nu. “We wilden uitgroeien tot een grote School waar niemand om heen kon. Dat is mislukt.”
Hij ziet in Almere het grootste probleem. De polderstad is geen studentenstad. Haring: “Ik denk dat studenten voor een stad kiezen - Groningen, Leiden, Amsterdam. Studenten moeten dus gaan kiezen voor Almere, maar wat heeft de stad dan? De hiphopcultuur komt een beetje op, misschien… nou ja, Almere moet grote stappen zetten als studentenstad, dat is de crux.” Dat beaamt Jorrit Kort, student information engineering. Hij is bestuurslid van de enige studentenvereniging Endzjin (180 leden, van wie een derde actief) die Almere rijk is. Op het zonnige terras van De Baron, een café aan de Grote Markt, vraagt de derderjaars: “Nou, wat vind je van Almere? “ “Het is geen studentenstad.” “Mee eens. De stad swingt niet. De enige disco, Nox, is gesloten. Er zijn verder maar een paar zaken die lopen.”
Jorrit is blij dat Windesheim komt. Met de strategie om snel veel opleidingen van de grond te tillen, neemt het aantal studenten naar verwachting toe. Dat geeft een boost aan de stad, die wel zal moeten investeren in studentenhuisvesting, waarschuwt Jorrit.
Maar als de stad er in slaagt de huren laag te houden, wordt ze een verleidelijk alternatief voor het dure Amsterdam, 30 treinminuten verderop. Jorrit: “Bij ons is iedereen enthousiast. Met tien nieuwe studies erbij in 2011 zal ons ledenaantal groeien. En als er verenigingen bijkomen is dat mooi, dat draagt alleen maar bij aan het studentenleven.”
Windesheim wil alle studies bij elkaar huisvesten, op een campus in het centrum, een eis waar Almere mee heeft ingestemd. In gebouw De Landdrost, nu nog omringd door bouwkranen, komen de eerste opleidingen. Marcel Heerink vindt dat een goede ontwikkeling. Almere moet er voor zorgen dat er een ‘leuke campus’ komt, zegt de docent bij information engineering.
Hij zit in ‘de huiskamer’ van WTC-gebouw Alnovum waar zijn opleiding en small business and retail management zijn gehuisvest. In het kantoorgebouw hangen al posters met de tekst: Windesheim Flevoland, dé nieuwe naam in hoger onderwijs. Dat is wel even wennen, want zo snel als de posters er hangen, zo lang duurde het voordat de hogeschool uit Zwolle werkelijk zijn neus liet zien in het WTC-gebouw. Heerink: “We hebben lang gedacht: moeten we nou blij zijn of niet? Het duurde lang voordat we geïnformeerd werden.” Nu dat gebeurd is, heeft Heerink er vertrouwen in. De overstap naar de nieuwe werkgever verloopt goed en de ambitieuze Windesheimstrategie om er vol voor te gaan, spreekt hem aan. Heerink: “Je moet investeren. De tijd van proefballonnetjes hebben we hier nu wel gehad.” Maar Windesheim doet er wel goed aan de opleiding niet in een Zwolse stramien te drukken, zegt Heerink. De opzet van de opleidingen (comakership, zie kader) sluit goed aan bij de mentaliteit van de studenten.
Heerink: “De studenten hier willen gemotiveerd worden door de praktijk”. En ook moet Windesheim zich realiseren dat de overname van de HvA-opleidingen door Windesheim niet bij alle studenten goed valt. Heerink: “Sommigen hebben er moeite mee dat ze straks afstuderen aan Windesheim. Zij willen een diploma van HvA, omdat Amsterdam meer aanspreekt. Er zijn studenten die om die reden wisselen van studie.” Ook Jorrit Kort kent zulke studenten. Zij vrezen de christelijke signatuur, zegt hij. “Er zijn studenten die denken dat ze moeten gaan bidden voor de les en gaan om die reden ook weg.
Ik vind dat eigenlijk wel zielig.” (BW) |