 |
Banengroei op termijn onder druk
Datum: 12-09-2008 | Bron: uit: Almere Vandaag, 12 september 2008 |
| |
|
 |
 |
Wethouder Martine Visser van Economische Zaken heeft de zorgen rond de beschikbaarheid van bedrijventerreinen niet weg kunnen nemen.
Die zorgen leefden bij de VVD, de werkgeversorganisaties VNO/NCW MKB Flevoland en de Vereniging Bedrijfskring Almere (VBA).
|
Het onderwerp werd gisteravond op verzoek van de VVD behandeld tijdens de politieke markt. De zorgen komen voort uit de ambitie van Visser om tot en met 2030 honderdduizend banen in Almere te realiseren. Volgens Joep Kramer van de VBA is dat volgens berekeningen nagenoeg onmogelijk in Almere. Visser haalde vervolgens aan dat er in totaal tot en met 2030 twaalfhonderd hectare grond uitgegeven wordt, met als bestemming bedrijventerrein en dat het dan wel mogelijk moet zijn. ,,Samen met de groei van het aantal banen in de al bestaande stad, moeten we die honderdduizend banen kunnen halen.'' Kramer vraagt zich overigens af waar Duive8steijn en Visser die ruimte vandaan willen halen. Volgens hem is die er niet. Duivesteijn reageerde desgevraagd met de woorden: 'er is ruimte genoeg'. Het was overigens de eerste keer dat er over twaalfhonderd hectare beschikbare ruimte voor bedrijvigheid gesproken werd. Dat komt volgens Visser vanwege de pas recent bekende plannen van de schaalsprong. Visser: ,,Dat lag eerst nog allemaal los van elkaar. De puzzelstukjes beginnen nu een beetje te vallen.'' De zorgen van Kramer worden ook nog steeds gedeeld door Klaas Jongejan van de VVD. ,,Ik ben toch niet tevreden met het antwoord van de wethouder. Ze moet dat samen met de verantwoordelijk wethouder van ruimte (Adri Duivesteijn, red.) doen. Het vinden van een balans tussen wonen en werken wordt een moeilijke zaak. Het blijft dus een punt van zorg", aldus Jongejan. De VVD geeft wethouder Visser twee maanden de tijd om actie te ondernemen.We gaan dus een motie voorbereiden voor een later moment, want het gaat niet om vandaag of morgen. Maar we willen wel dat ze er werk van maakt en daar geven we haar een maand of twee de tijd voor. Het moet duidelijk worden'', aldus Jongejan.
|